Eric Cremers – leesfragment


Het vuur wilde niet lukken. Misschien kwam het door de mist, maar het hout bleek te vochtig te zijn. Donne zuchtte diep, stond op en liep weer uit de grot het bos in. Terwijl hij nog stille hoop koesterde dat Myth misschien toch plotseling zou verschijnen, ging hij onder het oppervlaktehout op zoek naar droge takken.  De mist maakte het er niet makkelijker op om iets te zien.  Gelukkig was het volle maan.

               Donne zat gehurkt onder een stapel takken te graven, toen hij op enige afstand een blauw schijnsel zag. Het was maar heel vaag, maar Donne kon zien hoe het zich langzaam verplaatste. Wat was dit nou weer?  Hij had al te veel meegemaakt, om niet op zijn minst wantrouwig te worden. Donne bleef zitten en wachtte af wat er verder zou gebeuren. Langzaam bewoog de vreemde verschijning in zijn richting. Hij rook gevaar.

               Plotseling moest hij denken aan de amulet, die Myths vader hem gegeven had.  Snel haalde hij hem uit zijn zak en knoopte de veter om zijn hoofd, de zwarte steen op zijn voorhoofd. Het ding kwam dichterbij. Het was een donkerblauw licht, zo groot als een mens en helemaal transparant. Het had geen vaste contouren en de omtrek maakte een licht golvende beweging. Terwijl Donne het zag naderen, maakte hij zichzelf, nog steeds in hurkende positie, zo klein mogelijk.

               Even was alles blauw en Donne voelde een ijzige kou toen het licht dwars door hem heenging. Hij schrok en stond op. Nu was het licht achter hem. Toen hij wilde weglopen, kwam het terug. Donne draaide zich om en in een reflex strekte hij zijn armen uit om zich te verweren. Weer werd alles blauw. Deze keer bleef het zo.  Donne verkilde en verstijfde. Hij voelde hoe hij zich totaal niet meer kon bewegen en hoe de kou hem volledig in haar greep kreeg. Naar het leek ver weg, maar verstaanbaar, hoorde hij een zacht fluisterende stem. Donne herkende de woorden, maar hun betekenis wilde niet tot hem doordringen. Hij zag hoe hij loskwam van de grond.

o-o-o-o-o-o-o